Heilige, ook bekend als ‘Antonius de kleine’ (Lissabon 1195 - Padua 13.6.1231)
In 1220 ging Antonius als hoogbegaafde zoon van voorname ouders over tot de toen nog jonge orde van Franciscus van Assisi. Na zijn priesterwijding in 1222 groeide zijn faam als prediker, vooral in Zuid-Frankrijk, tegen de ketterse beweging der albigenzen, en Noord-Italië. Vanaf 1228 tot aan zijn dood behartigde hij, op verzoek van Franciscus, het godsdienstonderwijs aan zijn medebroeders in het klooster te Padua. Hij werd al in 1232 heilig verklaard, om pas vanaf het einde van de vijftiende eeuw uit te groeien tot volksheilige, meer in het bijzonder als patroon van verloren zaken. In 1946 werd hij door de paus tot kerkleraar uitgeroepen. In de kunst wordt hij meestal uitgebeeld als minderbroeder franciscaan met het kind Jezus op de arm.
Auteur
Charles Caspers [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Léon van Liebergen & Wouter Prins, Antonius, ‘De kleine en de grote’ (Uden 1995)