Heilige, ook bekend als ‘Antonius de grote’, de vader van het monnikendom (Midden-Egypte ca. 251 - 17.1.356)
Na de dood van zijn ouders leidde Antonius gedurende twintig jaar een ascetisch leven op een verlaten plek. Toen steeds meer (aspirant-)kluizenaars zich in zijn nabijheid vestigden, nam hij hen onder zijn leiding. Na 311 trok hij zich terug in een afgelegen spelonk, waar hij op voorbeeldige wijze weerstand bood aan de verleidingen van de duivel. Op verzoek van Athanasius trad hij rond 335 weer in de openbaarheid om zich uit te spreken tegen ketterse bewegingen, met name het arianisme. Als patroon tegen ziekten bij mens en dier groeide Antonius in de late Middeleeuwen uit tot de belangrijkste volksheilige.
In de kunst wordt hij vaak afgebeeld met een varken(tje).
Auteur
Charles Caspers [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Léon van Liebergen & Wouter Prins, Antonius, ‘De kleine en de grote’ (Uden 1995)