Engels theoloog, filosoof, aartsbisschop van Canterbury en vader van de scholastiek (Aosta 1033 - Canterbury 1109).
Zijn methodisch uitgangspunt was credo, ut intelligam (ik geloof om tot inzicht te komen), fides quaerens intellectum (geloof zoekt inzicht). De rede is voor Anselmus een instrument om tot verdiept inzicht van de geloofswaarheid te komen. Zijn denkwereld wordt gekenmerkt door de theologische aard van de onderwerpen: God, drie-eenheid, incarnatie, maagdelijke geboorte, erfzonde en de God-mens als noodzakelijke verzoeningsweg. Zijn satisfactieleer (voldoening óf straf ) is door de Reformatie heen van kracht gebleven.
Enkele van zijn belangrijkste werken zijn: Monologion, Proslogion (Anselmiaans Godsbewijs), Over de waarheid, Over de vrije wil en Cur Deus homo (de noodzaak van incarnatie als resultaat van redenering).
Auteur
F. van der Pol [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
M.B. Pranger, Consequente Theologie. Een studie over het denken van Anselmus van Canterbury (Assen 1975)
D. Visser, St.Anselm’s Cur deus homo and the Heidelberg Catechism (1563), in: J. Schnaubelt, et al. Anselm Studies, 2 (New York 1988), 607-634