Afgeleid van het Latijnse woord engel. Beginwoord van het Latijnse gebed Angelus Domini, de engel des Heren.
Dit gebed werd in de katholieke kerk vroeger driemaal daags gebeden: om zes uur ’s morgens, om twaalf uur ’s middags en om zes uur ’s avonds. Voor het angelus werd de kerkklok geluid, telkens driemaal kort en eenmaal lang, ter aanduiding van de duur der onderdelen van het gebed. Het middaggebed is op het platteland nog lang in gebruik geweest, verbonden met het eten van de middagboterham (twaalfuurtje). Van sommige kerkgebouwen worden ook heden ten dage nog om twaalf uur de klokken geluid.
Auteur
Katholiek Documentatiecentrum [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]