Remonstrants predikant en theoloog (Rotterdam 22.2.1798 - Arnhem 29.7.1855)
Na zijn studie aan het Remonstrants Seminarium (zie remonstrantisme) onder de hoogleraar Jan Konijnenburg, werkte Van der Hoeven een jaar als proponent (vervangend predikant) bij de remonstrantse gemeente Oude Wetering. In 1820, pas 22 jaar, werd hij beroepen in de grootste en meest aanzienlijke remonstrantse gemeente, die te Rotterdam. Daar werkte hij tot hij in 1827 als opvolger van zijn leermeester werd benoemd tot hoogleraar aan het Remonstrants Seminarium.
Hij ontving eredoctoraten in de godgeleerdheid, letteren en wijsbegeerte van de Groningse Universiteit. Van der Hoeven was een gematigd orthodox theoloog in de lijn van de Groninger richting, irenisch en bijbels georiënteerd. Hij was meer een begenadigd spreker dan een groot theoloog. Zijn grote betekenis lag in het feit dat hij de Remonstrantse Broederschap, die tot 1795 verboden was, maatschappelijk geaccepteerd maakte. Zo sprak hij op verscheidene gelegenheden voor het koninklijk huis. Theologisch markeerde zijn optreden binnen de Remonstrantse Broederschap de overgang van verlichtingstheologie naar een meer bijbelse, bij Van der Hoeven vooral Johanneïsche theologie.
Auteur
Tjaard Barnard [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
E.H. Cossee, Abraham des Amorie van der Hoeven 1798-1855. Een Remonstrants theoloog in de Biedermeiertijd (Kampen 1988)
S. Vuyk, Uitdovende verlichting. Remonstranten als deftige vaderlanders (1800-1860) (Amsterdam 1998)
Zie ook
Abraham des Amorie van der Hoeven