Hebreeuws voor: vast en zeker, waarlijk, zo is het, zo zij het.
In de bijbel (in de Psalmen, de brieven van Paulus en het boek Openbaring) is ‘amen’ vaak het slot van een lofprijzende uitroep. Met dit woord betuigen allen hun instemming. Kerkvader Justinus beschrijft (in zijn Apologie I 65: 3,4) een eucharistieviering (circa 150 na Chr.) waarbij alle aanwezigen ‘amen’ zeiden op het tafelgebed. Volgens Hiëronymus (in zijn commentaar op Galaten 1:2) dreunde dit amen door de basiliek als een hemelse donderslag.
Latere liturgiemodellen (Byzantijns, Keltisch en Mozarabisch/Spaans) gaven het amen nog vaker een plaats: als antwoord op de consecratie, op de uitreiking van de communie, of als instemming met gebeden, lezingen, preek en zegen. Nog steeds dient dit be-amen om de actieve participatie van gelovigen aan de eredienst te bevorderen.
Auteur
G.M. Landman [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]