Afgeleid van het Latijnse woord adventus (komst).
Eerste vier weken van het kerkelijk jaar in de christelijke kerken, voorafgaand aan het kerstfeest (kerstmis), waarin de kerk de komst van Jezus verwacht. Het is een tijd van inkeer en boete. In de katholieke kerk is paars de liturgische kleur. Bekend is de gregoriaanse hymne Rorate coeli desuper (Dauwt hemelen over de rechtvaardige). De advent is ontstaan rond de zesde eeuw en omvatte aanvankelijk vijf zondagen. Het gebruik om een adventskrans op te hangen, waarop elke zondag steeds één kaars meer wordt ontstoken, is van oorsprong Duits-protestants. Het is later door katholieken overgenomen.
Auteur
Katholiek Documentatiecentrum [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]