Paus, de enige van Nederlandse afkomst (Utrecht 2.3.1459 - Rome 14.9.1523)
Adriaan Florisz Boeyens (of Adriaan van Utrecht), studeerde vanaf 1476 te Leuven, waar hij in 1491 promoveerde en al twee jaar eerder hoogleraar en kanunnik van de Sint-Pieterskerk werd. Hij speelde een belangrijke rol in de onderwijshervorming van de universiteit en bood ruimte aan jonge humanisten als Erasmus. In zijn eigen theologie overheerste nog het laatscholastieke denken, ofschoon ook vernieuwende invloeden zijn aan te wijzen, onder meer uit de moderne devotie. Vanaf 1507 werd hij belast met de opvoeding van de latere keizer Karel V. In 1517 werd hij tot kardinaal verheven. Vanaf 1519 bestuurde hij namens Karel V als regent de Spaanse erflanden.
In januari 1522 werd hij als opvolger van Leo X tot paus gekozen. In Rome bleef hij, tot onbegrip en ongenoegen van zijn omgeving, het sobere leven leiden dat hij tevoren gekend had. Hij streefde een hervorming van de curie na, maar kreeg daartoe nauwelijks de kans. Tevergeefs probeerde Adrianus de Europese vorsten te verenigen met het oog op de Turkse dreiging. Zijn Leuvense studievriend Willem van Enckenvoirt – door hem tot kardinaal benoemd – bekostigde het praalgraf van Adrianus VI in de kerk van Santa Maria dell’Anima te Rome.
Auteur
Peter Nissen [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Bijloos, Adrianus VI. De Nederlandse paus (Haarlem 1980)
M. Verweij, Pas de deux in stilte. De briefwisseling tussen Desiderius Erasmus en paus Adrianus VI (1522-1523) (Rotterdam 2002)