Zelfstandig klooster bestuurd door een abt of abdis ondergebracht in een rechthoekig gebouwencomplex met onder andere een kerk, kloostergang, refter, ziekenzaal en bibliotheek.
Buiten dit complex bezat de abdij landerijen, die door kloosterlingen werden bewerkt. Tijdens de Middeleeuwen was de abdij een centrum van cultuur en wetenschap, waar boeken werden overgeschreven en kronieken werden vervaardigd. De meeste abdijen verdwenen in Nederland vanwege de secularisatie; in het zuiden zijn er nog enkele.
Auteur
Jan de Bas [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]