Alles wat met geslachtsgemeenschap te maken heeft.
Van beslissende betekenis voor de hedendaagse beleving van seksualiteit is de emancipatie ervan in de twintigste eeuw. Deze is te beschouwen als een noodzakelijke bevrijding van de voorafgaande ‘victoriaanse’ moraal, die de seksualiteit geheel taboeïseerde. Ondanks idealisering van het huwelijk riep dit een seksuele onderwereld in het leven van prostitutie. In de ontstaansgeschiedenis van dit verschijnsel speelden de Verlichting (moreel rationalisme) en Romantiek (idealisering) een grote rol, evenals het christendom. De kerk erfde van de late Oudheid een sterk ascetische voorkeur.
Toch valt uit de bijbel, met name uit het Oude Testament, geen seksualiteits- of lichaamsvijandige houding af te leiden. Wel is daar in de strijd tussen Jahwe- en Baäl/Astarte-religie een scherpe tegenstelling op te merken tussen enerzijds een seksueel promiscue vruchtbaarheidsgodsdienst (in Kanaän, maar ook elders wijd verbreid) en anderzijds een sterk ethisch bepaalde paaropvatting. Dit leidt echter niet tot afwijzing van de seksualiteit, maar veeleer tot een positieve, op de schepping gegronde zienswijze. In die zin kan men in de bijbel de grondslag vinden voor de huwelijksopvatting van de kerk (Mat. 19:1-9), die de seksuele verbintenis als exclusieve en duurzame levenseenheid verdedigt en seksuele handelingen daarbuiten afwijst.
In de tweede helft van de twintigste eeuw kwam deze maatschappelijk algemeen aanvaarde opvatting door emancipatie sterk onder druk te staan. Dit hing nauw samen met de voortgaande individualisering: was seksualiteit tevoren ingebed in sociale structuren, nu werd zij uitdrukking van individuele menselijke zelfverwerkelijking. De nadruk op zelfexpressie leidde al spoedig tot reserves tegenover het maatschappelijk instituut van het huwelijk. Het gedifferentieerde seksuele programma als individuele genotvolle beleving (‘seks’) holde de huwelijksgedachte verder uit. Wetenschappelijke onderzoeken zoals het Kinsey-rapport toonden de normaliteit en variabiliteit van de seksuele behoefte aan.
Organisaties als de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH) en de Protestantse Stichting voor Verantwoorde Gezinsvorming (PSVG) poogden in de snel veranderende situatie (voorbehoedmiddelen!) hulp te bieden, maar slaagden er niet in een nieuwe integraalmenselijke visie op de seksualiteit te ontwikkelen. Enerzijds kwam er meer begrip en erkenning van eerder als afwijkingen beschouwde relatie- en uitingsvormen (homoseksualiteit, masturbatie), anderzijds ontstond, bevorderd door media en markt, een panseksualisering van het (openbare) leven, die grote onzekerheid veroorzaakte in de beoordeling van bijvoorbeeld pornografie, prostitutie, pedofilie, incest, sadomasochisme. Deze situatie lijkt paradoxaal: terwijl de emancipatie een (als zegen ervaren) humane bevrijding beoogde, ontstond grote verwarring ten aanzien van de extreme negatieve verschijnselen. Dit leidde hier en daar tot de vaststelling, dat individuele en maatschappelijke regulatie van de seksualiteit een noodzakelijke opgave is (Scruton, De Knijff ).
De christelijke seksuele ethiek van de twintigste eeuw spiegelt de voortschrijdende emancipatie. Zij ziet in het algemeen de grondslag van de seksualiteit in de scheppingsordening van God en de antropologische eenheid tussen lichaam en ziel. Dit geldt zowel voor de rooms-katholieke ethiek, waar het argument van ‘het natuurlijke’ een (menigmaal remmende) rol speelt, als de protestantse ethiek. Aan de sterk gewijzigde situatie van voor- en buitenechtelijke relaties, zoals samenwoning van jongeren, heeft zij zich tot op zekere hoogte aangepast. Zij zal echter altijd de nadruk leggen op de wezenlijke verbinding tussen relatie en seksualiteit, zoals die in het huwelijk tot uitdrukking komt: een totale, exclusieve en duurzame levensgemeenschap.
Auteur
H.W. de Knijff [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
E. Michel, Het huwelijk. Een anthropologie van het geslachtelijk samenzijn (1955)
J.M.W. van Ussel, Geschiedenis van het sexuele probleem (1970 3de druk)
H.W. de Knijff, Venus aan de leiband. Europa’s erotische cultuur en christelijke sexuele ethiek (1987)
W. ter Horst, Eerherstel van de liefde (1992)