In het protestantisme is vanouds niet veel aandacht geweest voor uiterlijke en esthetische zaken. Schoonheid is vooral beschreven in termen van innerlijke kwaliteiten: barmhartigheid, nuchterheid, ingetogenheid, eerlijkheid.
Protestanten hebben dan ook nooit voorop gelopen bij het promoten van plastische chirurgie. Daar komt bij dat protestanten ook altijd sterk de nadruk hebben gelegd op de Goddelijke soevereiniteit, Gods ‘regering’ door bijvoorbeeld de natuur en de geschiedenis. Je moet niet ‘beter dan God’ willen zijn. Op een plastisch chirurgische operatie werd in het verleden dan ook nogal eens gereageerd met de woorden: ‘Maar je bent toch zo door God gemaakt?’
Maar er zijn ook argumenten waarom protestanten plastische chirurgie onder voorwaarden wél aanvaardbaar vinden. Om te beginnen hebben zij altijd benadrukt dat mensen de verantwoordelijkheid hebben om hun eigen levenspad te kiezen – door gebruik van de rede, door te bidden, door de Bijbel te lezen. Een filosoof als Alasdair MacIntyre beweert dat de Reformatie met zijn nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van het individu een regelrechte voorloper is van de Verlichting. Op het terrein van de moraal is het protestantisme inderdaad nogal pluraal. In die lijn kun je dus zeggen: plastische chirurgie, wees er voorzichtig mee, maar welke afweging je uiteindelijk ook maakt, als je het kunt verantwoorden, moet die keuze worden gerespecteerd.
Ten tweede heeft het protestantisme, meer nog dan het rooms-katholicisme, altijd gewezen op de gevallen (zondige) staat van mens en natuur. Niet alles wat je overkomt, niet alles wat in de natuur ‘zo is’, is goed. Veel ervan is regelrecht verkeerd, slecht, tragisch of lelijk geworden. Als vervormingen van de schepping door de handen van kundige dokters kunnen worden hersteld, is er veel voor te zeggen om dat te zien als een vorm van Goddelijk ingrijpen, in plaats van als rebellie tegen dat ingrijpen. Wel is het belangrijk dat dan sprake moet zijn van een operatie gericht op herstel van de schepping, reconstructie van de natuur tot de staat waartoe zij bedoeld was. In het algemeen wordt plastische chirurgie gericht op het herstel van het lichaam na een ongeval of een ingrijpende ziekte dan ook hartelijk geaccepteerd.
Ten opzichte van enhancement, verbetering van de natuur, is het protestantisme echter even sceptisch als het rooms-katholicisme. (Een interessante vraag is natuurlijk of de mens de schepping écht wel kan verbeteren.) Het verschil tussen de beide tradities? Het protestantisme heeft minder moeite om voor operaties gericht op herstel of reconstructie gebruik te maken van ‘onnatuurlijke’ middelen. Terwijl Rome bijvoorbeeld IVF (reageerbuisbevruchting) afwijst omdat daarbij de geslachtsdaad ontbreekt, hebben protestanten IVF onder bepaalde voorwaarden wel aanvaard.
Overigens vallen aandacht voor esthetiek en openheid voor plastische chirurgie bepaald niet samen. Het zijn veeleer twee overlappende cirkels: er bestaat schoonheid zonder plastische chirurgie en er bestaat plastische chirurgie zonder schoonheid. Kleding, make up, er goed uitzien door gezond eten en regelmatig bewegen kan een mens aantrekkelijker of mooier maken en is relatief breed in zwang – ook bij moderne protestanten. Dat heeft allemaal weinig te maken met het ‘onnatuurlijke’ van plastische chirurgie. Plastische chirurgie is maar één vorm van aandacht voor esthetiek. Niet voor niets zijn er bovendien mensen (binnen en buiten de kerk) die operatieve ingrepen aan het lichaam eerder een verlies van natuurlijke schoonheid vinden. De nuchtere constatering dat mensen die een face lift hebben gekregen er niet altijd op vooruit gaan mag in dit verband volstaan.
Auteur
Theo Boer, universitair docent Ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit
Maart 2009