Afzien van huwelijk en geslachtsgemeenschap.
Christus spreekt volgens het evangelie van Mattëus in de traditionele kerkelijke bijbeluitleg over het charisma van degenen die vrijwillig afzien van het huwelijk (en geslachtsgemeenschap) om zich aldus nadrukkelijker op God te kunnen richten.
De maagdelijkheid werd in de vroege kerk zeer gewaardeerd, zowel bij vrouwen als mannen, leken zowel als clerici. Van een verplichting voor seculiere priesters om in celibaat te leven is echter pas sinds de twaalfde eeuw sprake. In de kerkelijke verkondiging leidde de hoge waardering van de maagdelijkheid ertoe dat het huwelijk als een levensbestemming van lagere geestelijke statuur werd ingeschat. Vooral op grond van dit gegeven hebben protestantse theologen het kloosterleven afgewezen en aan predikanten de keuze gelaten al dan niet te huwen. In de rooms-katholieke traditie beloven kloosterlingen bij hun professie maagdelijk te zullen leven.
Auteur
Gian Ackermans [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Albrecht Diem, Keusch und rein: eine Untersuchung zu den Ursprüngen des frühmittelalterlichen Klosterwesens und seinen Quellen (Utrecht 2000)
Leonard Holtz, Geschichte des christlichen Ordenslebens (Düsseldorf 2001)