Verbintenis die in de geschiedenis van het christendom gezien wordt als een der scheppingsordeningen.
Binnen het rooms-katholicisme is het een sacrament. Dat het huwelijk, anders dan instellingen als economie, kerk en staat, niet pas ontstond na de zondeval, duidt erop dat bij het huwelijk volgens de bijbel sprake is van een antropologisch grondgegeven. ‘En God schiep de mens naar zijn beeld… man en vrouw schiep hij hen’ (Gen. 1:27); ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en de twee zullen tot één vlees zijn’ (Gen. 2:24). Het huwelijk heeft in de geschiedenis en in diverse culturen vele variaties gezien. Het huwelijk heeft een zestal kenmerken.
Ten eerste monogamie. In het algemeen geldt de één op één relatie als grondvorm van het huwelijk, waarbij polygamie (en in sommige culturen polyandrie, het hebben van meer dan één echtgenoot) een uitzondering is. In culturen zonder sociale voorzieningen waarin vrouwen een ondergeschikte rol hadden, gaf het huwelijk vrouwen een duurzame bestaanszekerheid. In het Oude Testament bestaat waarschijnlijk om die reden geen wetgeving die polygamie verbiedt. Verhalen over polygame huwelijken, zoals die over Abraham, Sara en Hagar en over Elkana, Hanna en Peninna, laten echter impliciet zien dat het polygame huwelijk vrijwel steeds tot persoonlijke tragiek leidde. In het Nieuwe Testament komt polygamie slechts in de marge voor; Paulus gebiedt dat kandidaten voor kerkelijke ambten ‘man van één vrouw’ dienen te zijn (I Tim. 3:2).
Een tweede kenmerk is vrijwilligheid en liefde. Deze voorwaarde is van relatief recente datum. Een huwelijk dat tevoren door de ouders wordt gearrangeerd, heeft in vele eeuwen en culturen gefunctioneerd als waarborg voor het voortbestaan van de familienaam, het beheer van de goederen en de zorg voor oudere generaties. Het huwelijk was (en is) voor velen iets ‘waarin men zichzelf aantrof ’, net zoals het gezin waarin men geboren is. Hoewel wederzijdse aantrekkingskracht of liefde van het gearrangeerde huwelijk niet het begin vormen, sluit dit de liefde niet uit. Vergelijk Gen. 25:67: ‘En zij werd hem tot vrouw, en hij kreeg haar lief ’.
Een derde kenmerk is de mogelijkheid tot voortplanting. Als sociale institutie biedt het huwelijk stabiele condities voor het krijgen, onderhouden en opvoeden van kinderen. Deze procreatieve functie van het huwelijk heeft in de geschiedenis de monogamie en de wederzijdse liefde onder druk gezet. Kinderloosheid werd alom beschouwd als een manco bij de vrouw en als een voldoende reden voor de man om een (bij)vrouw te huwen, soms ook voor echtscheiding. In stambomen figureren maar zelden vrouwen; de kerkvader Augustinus zag de enige functie van het huwelijk in de voortplanting en beschouwde de geslachtelijke liefde als iets van een lagere orde. Dit heeft in de rooms-katholieke moraaltraditie geleid tot een onderwaardering van het huwelijk ten gunste van het celibaat. Met het opgeven van het celibaat zette Luther in het protestantisme een herwaardering van het huwelijk in. In moderne tijden ligt de nadruk bij het huwelijk weer sterker op de voortplanting. Omdat sinds de beschikbaarheid van voorbehoedmiddelen ook voor en zonder het huwelijk sprake kan zijn van duurzame liefde tussen man en vrouw, gaan velen pas tot een huwelijk over wanneer er kinderen in beeld komen.
Ten vierde geldt: levenslange trouw. De combinatie van vrijwilligheid en onverbrekelijkheid benadrukt het unieke van het huwelijk vergeleken met andere relaties. Dat echtscheiding thans wettelijk relatief eenvoudig is, neemt niet weg dat het dominante beeld van het huwelijk nog steeds is dat een eenmaal gesloten huwelijk geldt totdat één der partners overlijdt.
Ten vijfde: publiciteit. Het publieke en juridische karakter van het huwelijk onderscheidt dit van andere samenlevingsvormen van liefde en trouw.
Ten slotte: voor zover bekend geldt in alle voor-westerse culturen het huwelijk uitsluitend man-vrouwrelaties. Dit kenmerk staat met pleidooien voor het homohuwelijk in (protestants-) kerkelijke kring onder druk.
Auteur
Theo Boer [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Lewis B. Smedes, Ik man ik vrouw (Kampen 1977)
H.W. de Knijff, Venus aan de leiband. Europa’s erotische cultuur en christelijke sexuele ethiek (Kampen 1987)