Klooster dat gastvrijheid verleent, of het gastenverblijf van een klooster.
Tijdens de Middeleeuwen werden alleen de gastenverblijven voor voorname gasten hospitium genoemd. De gastenverblijven voor armen werden aangeduid als hospitale pauperum. Binnen de christelijke geloofsgemeenschappen gelden gastvrijheid en het bieden van onderdak aan gasten en vreemdelingen vanouds als een onderdeel van de opdracht tot naastenliefde (Matt. 25:35; Rom. 12:13; Hebr. 13:2). Behalve door individuele gelovigen is deze opdracht vooral in de wereld van de kloosters vele eeuwen in de praktijk gebracht, in het bijzonder voor pelgrims.
Ook wordt de term hospitium wel gebruikt voor een stichting die onderdak biedt aan bepaalde groepen mensen, bijvoorbeeld studenten. Zo werden bijvoorbeeld lange tijd studenten van de Vrije Universiteit gehuisvest in het hospitium van de universiteit, dat gevestigd was aan de Keizersgracht 162 te Amsterdam.
Tegenwoordig wordt hospitium voornamelijk gebruikt in de betekenis van hospice.
Auteur
Dirk van Keulen [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]