Homoseksualteit is de dominante en langdurige psychoseksuele voorkeur voor mensen van hetzelfde geslacht.
Binnen de (Nederlandse) kerken wordt verschillend gedacht over vragen rondom de moraliteit van homoseksualiteit. Verschillen in visies hangen mede samen met vragen als: is homoseksualiteit genetisch bepaald of spelen er ook andere factoren een rol, zoals omgevingsfactoren, ontwikkelingsfactoren en eigen keuzen? Is er een ‘homo-gen’? Is homoseksualiteit veranderbaar of is het een voor altijd vaststaande geaardheid? Hoe zinvol en rechtvaardig is het onderscheid tussen homoseksuele geaardheid en homoseksuele praktijk? Spreken teksten in de bijbel die homoseksuele handelingen afkeuren (Gen. 19; Lev. 18:22; 20:13; Rom. 1:18-32; I Kor. 6:9-10; I Tim. 1:9-10) over hetzelfde als waarover we tegenwoordig spreken?
In de kerkgeschiedenis zijn homoseksuele handelingen en relaties algemeen afgekeurd als onnatuurlijk (in de rooms-katholieke traditie) en/of onbijbels (in de protestantse traditie). Homoseksueel gedrag werd in enkele perioden lokaal wel getolereerd. Terwijl de Rooms-Katholieke Kerk vasthoudt aan die afwijzing, zijn protestantse kerkgenootschappen sinds 1960 verdeeld. De Gereformeerde Kerken in Nederland kwamen in 1983 met het synoderapport In liefde trouw dat homoseksuele relaties accepteerde. Andere protestantse kerken volgden. De kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland regelt de zegening van homoseksuele levensverbintenissen. Deze omslag verklaart zich enerzijds uit psychologische en psychiatrische inzichten die homoseksualiteit niet langer als een stoornis classificeren; anderzijds uit gewijzigde visies omtrent de normativiteit van schriftgegevens in relatie tot de toegenomen menselijke mondigheid. De omslag wordt mede gerechtvaardigd uit inzichten over het discriminatoire en soms wrede karakter van de behandeling van homo’s en lesbiennes in kerkelijke gemeenschappen door de eeuwen.
Hoewel sporen nog aanwezig zijn, zien we thans bij kerken vier posities inzake de homoseksuele praktijk. Ten eerste volledige afwijzing, al dan niet gepaard met sancties als het weren van het avondmaal of het weren uit ambtelijke posities. Ten tweede tolerantie: homoseksualiteit is een uit zonde en tragiek ontstane oriëntatie waar de kerk om pastorale en morele redenen niet omheen kan. Soms acht men in deze context de zegening van homoseksuelen of de zegening van homoseksuele relaties denkbaar. Ten derde acceptatie: homoseksuele relaties vallen onder de condities van liefde, trouw en openbaarheid die vanuit een traditionele bijbelse ethiek ook voor het huwelijk gelden (zie ook homohuwelijk). Ten slotte onverschilligheid: het onderhouden van homoseksuele relaties, in welke vorm ook, is iemands eigen keus waar de kerk niets mee heeft te maken. Uiteraard dient wel sprake te zijn van volwassenheid, vrijwilligheid en veilige seks.
Discussies over homoseksualiteit in kerken en kerkgenootschappen zijn ongewoon heftig. Dit is te verklaren uit een moeilijk oplosbare en blijvende spanningsverhouding tussen bijbelstheologische en pastorale en ethische overwegingen. Het ‘Man en vrouw schiep Hij hen’ (Gen. 1:27) zet in de bijbel de toon voor een normatieve bijbelse antropologie die het op elkaar aangewezen zijn (de bipolariteit of tweepoligheid) van man en vrouw centraal stelt. Die tweepoligheid komt ook in het Nieuwe Testament onverkort naar voren. Volgens sommigen zijn het vooral deze teksten die het afwijzen van homoseksuele relaties gebieden of rechtvaardigen, meer nog dan teksten die homoseksuele handelingen apart en expliciet veroordelen. Aanvaarding van homoseksuele relaties tast volgens velen het schriftgezag aan, waardoor de zeggingskracht van de bijbel ook in andere ethische kwesties ter discussie staat. Tegelijkertijd zijn er pastorale en ethische overwegingen die een algehele afwijzing van homoseksuele relaties problematisch maken: kan er een alternatief worden geboden? Betekent het afwijzen van homoseksuele relaties niet een afwijzing van mensen in hun diepste behoeften? Valt de aanvaarding van homoseksuele relaties uiteindelijk niet onder het bijbelse gebod tot naastenliefde?
Auteur
Theo Boer [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Gary David Comstock, Gay Theology Without Apology (Cleveland 1993)
Stanley J. Grenz, Welcoming but not Affirming. An Evangelical Response to Homosexuality (Louisville 1998)
Dan O. en and Robert A.J. Gagnon, Homosexuality and the Bible. Two Views (Minneapolis 2003)
Zie ook
Homoseksualiteit (2008)