Ouders en kinderen die tot hetzelfde huishouden behoren.
Kinderen beleven hun gezin als thuis. Dat is de levensruimte waar ze zich geliefd, veilig en geborgen weten, waar hun spullen liggen, hun bed staat en waar ze vertrouwd zijn met de geur. Van daaruit kunnen ze verder: de buitenwereld in en de toekomst tegemoet. Als ze door een omgangsregeling na een scheiding bij twee gezinnen horen, kan dat tot problemen leiden. De opvoeding in een gezin verloopt voor een groot deel onopzettelijk. Jonge kinderen nemen als vanzelf de taal en de tongval, de manier van doen en de gebruiken over van de ouders en van de samenlevingsverbanden waar het gezin bij hoort. Bepaalde aspecten van de opvoeding hebben meestal een meer opzettelijk karakter, zoals de geloofsopvoeding (zie christelijke opvoeding). Of kinderen zullen vasthouden aan dat wat hun in het gezin is bijgebracht, bepalen ze zelf als ze zich in en na de puberteit van hun ouders moeten losmaken.
De hoofdfunctie van een gezin is aan kinderen de mogelijkheid te bieden om liefde te ontvangen en te geven. Voor de ontwikkeling van het kind is het belangrijk dat het in ieder geval tot het zevende levensjaar in een gezond gezin opgroeit. De hoofdfunctie is niet gebonden aan een bepaalde gezinsvorm, zoals het ‘kerngezin’ – moeder, vader en een of meer kinderen – dat in het Westen het meeste voorkomt. Het ‘uitgebreide gezin’ waarbij niet alleen de gezinsleden tot het huishouden behoren maar ook een of meer andere volwassenen, kan even goed functioneren, net als het ‘éénoudergezin’. Anno 2005 kennen we ook het ‘holebi-gezin’, met ouders van hetzelfde geslacht. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe deze kinderen door de puberteit komen, maar de resultaten van de voorlopige onderzoeken zijn bemoedigend.
Net als elke opvoedingssituatie heeft het gezin ook de functie om zich overbodig te maken.
Plato (400 v. Chr.) wilde voor zijn ideale samenleving het gezin afschaffen, en hij heeft nog steeds navolgers. In de joods-christelijke traditie, waar het grote gebod de liefde betreft, staat het gezin in hoog aanzien en werd wel de ‘hoeksteen van de samenleving’ genoemd. Dat beeld stamt echter uit een tijd dat de samenleving een gebouw was dat er stond om te blijven staan. Nu is een van de oorspronkelijke betekenissen van ‘gezin’ meer van toepassing: een reisgezelschap.
Auteur
W. ter Horst [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G.A. Kooy, Gezinsgeschiedenis. Vier eeuwen gezin in Nederland (Assen 1985)