Grieks voor ‘zachte dood’. Het begrip is geworteld in de westerse Oudheid, waar in bijzondere omstandigheden de dood mocht worden verkozen boven een langzaam stervensproces.
Christelijke afkeer van zelfmoord maakte aan deze praktijk een einde, maar (hulp bij) zelfdoding aan het levenseinde bleef een terugkerend onderwerp van discussie. Medische vooruitgang en toenemende publieke interesse voor de gezondheidszorg deden de belangstelling voor ‘euthanasie’ (vaag gedefinieerd) aan het einde van de negentiende eeuw groeien. Euthanasie werd gezien als zowel een manier om het ondraaglijk lijden van wilsbekwame patiënten te beëindigen, als een manier om de samenleving te ontdoen van ‘gebrekkige’ mensen die de maatschappij te veel belastten. Pro-euthanasiebewegingen ontstonden in het interbellum, vooral in Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten; Nederland kende toen geen euthanasiebeweging. Opvallend is dat protestantse dominees en actieve kerkleden, veelal met liberale theologische opvattingen, prominent aanwezig waren in de euthanasiebewegingen van Groot-Brittannië, Amerika en later ook Nederland.
De nazi’s maakten gebruik van het begrip euthanasie om tijdens de Tweede Wereldoorlog ongeveer 170.000 zwakkere mensen te vermoorden. De associatie van euthanasie met deze massamoord zette in veel landen de discussie over vrijwillige vormen van zelfdoding zeker twee decennia stop, en is nog steeds verantwoordelijk voor de hartgrondige afkeer in Duitsland van elke vorm van euthanasie.
De voortschrijdende wetenschappelijke ontwikkelingen in de geneeskunst, nieuwe belangstelling voor patiëntenrechten en verdergaande secularisering van de ethiek deden in de jaren zestig de discussie over het beëindigen van leven door menselijk ingrijpen opnieuw oplaaien. In veel landen leidde dit uiteindelijk tot een breed gedragen acceptatie van levensbekortende praktijken, zoals het stoppen van de behandeling of kunstmatige voeding bij patiënten die niet langer wilden leven, wanneer doorgaan medisch gezien onmenselijk of zinloos leek te zijn. Deze praktijken worden soms aangeduid als ‘passieve’ of ‘indirecte’ euthanasie. In Zwitserland en de Amerikaanse staat Oregon werd hulp bij zelfdoding een wettelijk geaccepteerde vorm van levensbeëindiging. Alleen in Nederland (vanaf ongeveer 1985) en België (dat in 2002 het Nederlandse beleid overnam) werd euthanasie, gedefinieerd als actieve levensbeëindiging door de arts op herhaaldelijk verzoek van de patiënt, en hulp bij zelfdoding wettelijk geregeld. Drie tot vier procent van alle sterfgevallen in Nederland is waarschijnlijk het gevolg van euthanasie of hulp bij zelfdoding.
Euthanasie werd in Nederland snel geaccepteerd na alle publiciteit rondom de rechtszaak Postma-Van Boven in 1973, waarin een Nederlandse dokter technisch werd veroordeeld voor het toepassen van euthanasie op haar moeder. De Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) werd datzelfde jaar opgericht en groeide uit tot een vereniging van maar liefst 100.000 leden in de jaren negentig. De steun voor euthanasie onder Nederlanders bleef zeer hoog (meer dan 80%). Terwijl de Rooms-Katholieke Kerk zich consistent heeft verzet tegen de praktijk, hebben de kerkgenootschappen in de huidige Protestante Kerk in Nederland het moeilijker gevonden om overeenstemming te bereiken over de morele toelaatbaarheid van euthanasie. De euthanasiepraktijk in Nederland wordt deels mogelijk gemaakt door de bereidheid van Nederlandse artsen en juristen om richtlijnen te formuleren. De Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) bleef sinds 1984 de enige nationale artsenvereniging die euthanasie toestond. Daarnaast hebben de Nederlandse rechtbanken ‘zorgvuldigheidseisen’ vastgesteld waardoor artsen bij naleving vrijgesteld konden worden van vervolging. Hoewel de wetswijziging van 2002 de bestaande praktijk bevestigde, is het niet duidelijk in hoeverre artsen euthanasie daadwerkelijk rapporteren.
Auteur
James Kennedy [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
John Griffiths, Alex Bood en Heleen Weyers, Euthanasia en Law in the Netherlands (Amsterdam 1998)
F. de Lange en J. Jans, De dood in het geding. Euthanasiewetgeving en de kerken (Kampen 2000)
James Kennedy, Een weloverwogen dood. Euthanasie in Nederland (Amsterdam 2002)
G. van der Wa, e.a., Medische besluitvorming aan het einde van het leven (Utrecht 2003)
Zie ook
Euthanasie (2008)