Auto-immuunziekte die het weerstandsvermogen van het lichaam aantast; voluit het Acquired Immune Deficiency Syndrome.
In de ontdekkingsperiode (vanaf 1981) trof aids in de westerse wereld vooral homoseksuele mannen. Het voor aids verantwoordelijke hiv-virus verspreidde zich later ook onder heteroseksuelen, vooral druggebruikers. Kerken reageerden wisselend. Omdat de ziekte vooral door wisselende homoseksuele contacten werd overgedragen en wegens het aanvankelijk dodelijke perspectief, werd de ziekte in sommige kerkelijke kringen gezien als een straf van God. Door voorlichting en het beschikbaar komen van aids-remmers nam het aantal besmettingsgevallen in de geindustrialiseerde wereld vanaf 1990 scherp af. Sinds die tijd is aids vooral een ziekte van de armen, die in ontwikkelingslanden miljoenen doden en tientallen miljoenen geïnfecteerden kent. Kerkelijke betrokkenheid richt zich vooral via diaconale projecten op het verlenen van zorg en het geven van voorlichting. De scherpste maatschappelijke kritiek geldt de weigering van de Rooms-Katholieke Kerk om in het kader van aidspreventie het gebruik van condooms toe te staan.
Auteur
Theo Boer [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]