Filosoof (Udenhout 2.2.1928 - Den Bosch 11.6.2001)
Verhoeven volgde de priesteropleiding in Sint-Michielsgestel en Haaren (1940-1949), brak deze echter af en studeerde vervolgens oude talen, wijsbegeerte en godsdienstwetenschappen aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen (1950-1955, thans Radboud Universiteit). In 1956 promoveerde hij in Nijmegen op De symboliek van de voet. Van 1955 tot 1982 was hij leraar oude talen in Den Bosch. In 1965 vestigde hij zijn naam met Rondom de leegte, waarin hij pleitte voor terughoudendheid in onze voorstelling van God. Zelf verloor hij gaandeweg zijn geloof, maar hij behield zijn religieuze gevoeligheid. In 1966 volgde Inleiding tot de verwondering. In 1982 werd hij aan de Universiteit van Amsterdam hoogleraar antieke wijsbegeerte, later hoogleraar metafysica en haar geschiedenis. In 1979 werd hem de P.C. Hooftprijs voor literatuur toegekend. In 1993 ging hij met emeritaat.
Verhoeven was vooral bekend om zijn fraai geschreven essays, die vaak voortkwamen uit verwondering over kleine dingen, maar hij publiceerde ook beschouwingen over Griekse filosofen en vertalingen. In 1996 verscheen: De glans van oud ijzer. Herinneringen 1928-1982.
Auteur
Lodewijk Winkeler [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
B. Schomakers, Op het tweede oog. Over het denken van Cornelis Verhoeven (Budel 2003)