Duits filosoof, theoloog, godsdiensthistoricus en godsdienstsocioloog (Haunstetten 17.2.1865 - Berlijn 1.2.1923)
Was hoogleraar in de theologie te Heidelberg (1893) en hoogleraar in de filosofie te Berlijn (1914). Troeltsch was theoloog van het neoprotestantisme, waarin de rede de maatstaf is voor alle theologische uitspraken, beriep zich op Schleiermacher en maakte gebruik van de filosofie van Kant. Hij fundeerde de godsdienst in het religieus apriori, waarmee hij wilde zeggen dat de godsdienst zijn fundament in de mens zelf heeft, namelijk in de structuur van de geest. Godsdienst is een essentieel element in het menselijk leven en in de cultuur, dat niet tot iets anders kan worden herleid. De kerkgeschiedenis en de geschiedenis van de theologie zijn elementen van de cultuurgeschiedenis.
Centrale vraag voor Troeltsch als metafysisch gericht filosoof, was hoe binnen zo’n proces geloof en absolute normen mogelijk zijn. Als godsdienstsocioloog heeft hij baanbrekend werk verricht door zijn studies over de verschillende vormen van godsdienstig groepsleven in het christendom.
Auteur
L.W. Lagendijk [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H.-G. Drescher, Ernst Troeltsch. Leben und Werk (Göttingen 1991)