Frans filosoof, dramaturg en romanschrijver die geldt als één van de grote vertegenwoordigers van de existentiefilosofie (Parijs 21.6.1905 - Parijs 15.4.1980)
Sartre maakte een strikt onderscheid tussen Zijn en Niet. Het Zijn bestaat op zichzelf en is doelloos. Het Niet is het bewustzijn, dat op zichzelf niets is, maar zich alleen manifesteert als bewustzijn van iets anders. Het is, anders dan het Zijn, geen object, maar vrijheid en tijdelijkheid. Dat roept vervreemding, absurditeit en walging op. De mens zoekt rust en bevestiging bij zijn medemens, maar vindt die niet. Iedere vlucht uit de vrijheid waartoe de mens gedoemd is, geldt als ‘te kwader trouw’. De mens is een rusteloos wezen, een ‘nutteloze hartstocht’. Ook in God kan hij geen rust vinden, want God kan niet bestaan, omdat hij zowel eeuwig zou zijn als de tijdelijkheid van een bewustzijn zou hebben. Dat is iets wat Sartre onmogelijk acht (zie: l’Être et le Néant, 1943).
Na de Tweede Wereldoorlog poogt Sartre dit nihilisme te overwinnen. De mens zou zich in zijn vrijheid moeten verbinden met zijn medemensen. Sartre zoekt aansluiting bij het marxisme, dat hij als dé filosofie van zijn tijd beschouwt. Sartre heeft in Nederland grote invloed uitgeoefend. Zijn literatuur werd maatgevend voor verscheidene jonge letterkundigen. In rooms-katholieke kring werd Sartre bestreden, zij het dat de filosoof Delfgaauw zijn werk niet onwelwillend beoordeelde.
In protestantse kring ontstond een felle controverse rond het existentialisme tussen de gereformeerde filosoof Zuidema, die waarschuwde tegen deze wijsbegeerte, en de hervormde theoloog Van Niftrik, die zich ontvankelijk toonde voor de boodschap van Sartre. Later zou hij zich kritischer uitlaten over het principiële atheïsme van Sartre.
Auteur
Wim Berkelaar [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. Cohen-Solal, Jean-Paul Sartre (Parijs 1985)
Anbeek, T., Na de oorlog. De Nederlandse roman 1945-1960 (Amsterdam 1986)
Wim Berkelaar, ‘“Nacht zonder dageraad”? Een protestantse controverse rond het atheïstisch existentialisme van Jean-Paul Sartre’, Radix 20 (1994) 44-67
G. Groot (red.), De uitgelezen Sartre (Amsterdam 2001)