Kritische houding ten opzichte van de modernistische cultuur.
De term postmodernisme stamt uit Amerikaanse debatten over beeldende kunst, architectuur en literatuur en is vanaf circa 1980 gemeengoed geworden, voornamelijk door publicaties van de Franse filosoof Lyotard. Postmodernisme heeft inmiddels vele gezichten gekregen en betreft ontwikkelingen in filosofie, cultuur en levensgevoel. Postmodernisme thematiseert crisisverschijnselen van de modernistische cultuur, zoals die in de achttiende eeuw met de Verlichting in Europa is ontstaan. De beloften van de Verlichting lijken in Auschwitz en de totalitaire communistische regimes in rook te zijn opgegaan. In een dialectisch proces zijn de Verlichtingsidealen van autonomie, emancipatie, vrije samenleving en vooruitgang omgeslagen in vormen van totalitaire beheersing en onderdrukking.
Niet alleen de verschrikkingen van het nazisme en stalinisme, maar ook de soms subtiele manipulatie van massamedia en consumentisme in het ‘vrije Westen’ voedden het pessimisme en het wantrouwen ten opzichte van de Verlichting. Daaraan lag de opvatting ten grondslag dat de mens als autonoom subject redelijk wil zijn en in staat is om met de rede universeel vast te stellen wat waar en moreel juist is.
Anders dan modernistische denkers benadrukken postmoderne filosofen dat menselijke kennis niet zozeer universeel is maar lokaal, omdat mensen worden beïnvloed door hun traditie, levensbeschouwing, psychosomatische constitutie en sociaal-culturele context. Die invloed kan zo sterk zijn, dat er op geen enkele wijze meer sprake is van autonomie. Kortom: het modernistische verhaal heeft zijn universele geloofwaardigheid verloren en het autonome rationele subject is ‘dood’.
Volgens postmodernen leiden modernistische ideologieën tot marginalisering en liquidaties van het afwijkende. Zij bepleiten tolerantie en respect voor het verschil en het unieke. Postmodernisme impliceert soms onverschilligheid voor het levensbeschouwelijke debat, desintegratie van de samenleving en fragmentatie van de persoonlijke identiteit. Met de postmoderne kritiek op de pretenties van de menselijke rede komt er waardering voor andere menselijke vermogens, zoals emoties, gevoelens, fantasieën, dromen en religieuze ervaringen.
Auteur
I.D. Haarsma [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
M. Horkheimer en T.W. Adorno, Dialectiek van de Verlichting. Filosofische fragmenten (Nijmegen 1987)
J. F. Lyotard, Het postmoderne weten (Kampen 1987)
W. van Reijen, De onvoltooide rede. Modern en postmodern (Kampen 1987)
Z. Bauman, Life in Fragments. Essays in Postmodern Morality (Oxford 1995)
S.J. Grenz, A Primer on Postmodernism (Grand Rapids 1996)