In de smalle betekenis van het woord: alle filosofen uit de Oudheid die stonden in de traditie van de Academie van Plato.
In de brede zin van het woord staat platonisme voor de metafysische opvatting die in de geschiedenis van het westerse denken in de loop der tijd bij verschillende auteurs steeds weer terugkomt. Wat het platonisme bovenal kenmerkt is de omarming van Plato’s ideeënleer, zij het in steeds andere varianten. De platoonse Ideeën zijn de tijdloze en onveranderlijke essenties der dingen. Ze maken deel uit van de wereld, maar bestaan niet op een bepaalde tijd en plaats. Voor het platonisme zijn wiskundige klassen, eigenschappen en relaties het paradigmatische voorbeeld van dergelijke ideeën. Zoals wiskundige klassen, eigenschappen en relaties niet empirisch kunnen worden waargenomen maar slechts rationeel-intuïtief kunnen worden blootgelegd, zo geldt dat ook voor de overige Ideeën, bijvoorbeeld die op het terrein van de moraal.
De voornaamste platonist uit de Oudheid is Plotinus (205-270), de auteur van de Enneaden. Christelijke denkers begrepen van meet af aan, dat van alle filosofische scholen van de Grieken en Romeinen het platonisme het dichtst bij het christendom stond. Verschillende kerkvaders, onder wie Augustinus, kunnen dan ook zeker platonist genoemd worden. Hij legt de platoonse Ideeën uit als het woord van God.
Vanaf de veertiende eeuw vindt, dankzij de val van Constantinopel en het vertrek van de Byzantijnse geleerden naar Italië, een renaissance plaats van het platonisme. Vooral Marsilio Ficino (1433-1499), vertaler van het gehele oeuvre van Plato in het Latijn, speelt daarbij een grote rol. In zijn Platoonse theologie tracht hij platonisme en christendom te verzoenen. In de zeventiende eeuw ontstaat, in reactie op Hobbes en met het oogmerk het christendom te verdedigen tegen het materialisme en atheïsme, in Cambridge een platonistische school rond Ralph Cudworth en anderen. Het empirisme van de Verlichting is antiplatonistisch. De negentiende eeuw bracht echter een terugkeer van het platonisme, bovenal in het werk van G.W.F. Hegel.
Auteur
A.A.M. Kinneging [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
C.J. de Vogel, Rethinking Plato and Platonism (Leiden 1986)
W. Beierwaltes, Platonismus im Christentum (Frankfurt a.M. 1988)
J. Moravcsik, Plato and Platonism (Oxford 1992/2000)
Theo Kobusch, B. Mojsisch, Platon in der abendländischen Geistesgeschichte (Darmstadt 1997)