Het begrip is ontstaan in Frankrijk bij de tegenstanders van de achttiende-eeuwse Verlichting en van de Franse Revolutie; in dit alles zag men de verwoestende gevolgen voor geloof, vrijheid en maatschappelijke orde.
Het nihilisme werd ook wel ‘riennisme’ genoemd (rien: nihil, niets). In 1862 verscheen het woord in Rusland in een roman Vaders en Zonen van Toergenjev als typering van de ideeën van de revolutionaire intelligentsia in zijn land, met haar kritiek op de politieke en sociale wantoestanden onder het tsarisme. In navolging van de Verlichting wees deze intelligentsia alle religie en metafysica af, maar ze werd wel gedreven door grote sociale bewogenheid. Zo met name Tsernysjevski, die in zijn roman Wat te doen? (1863) ijverde voor het ‘nieuwe evangelie’, namelijk het geluk voor de mensheid. Toen de hervormingsmaatregelen van tsaar Alexander II faalden, ontstond, wegens het lijden van de arme en rechteloze Russische bevolking, met name de boeren, het terrorisme tegen de ‘schuldige’ machthebbers en onderdrukkers.
Een volslagen ander nihilisme werd verkondigd door Friedrich Nietzsche. Hij hekelde de christelijke en humanistische traditie en moraal, die hij beschouwde als ontwaarding van de hoogste Waarden, als rem voor het ware, sterke menszijn. God is dood en hij zag een nieuw nihilisme komen, radicaal gerealiseerd in de Wille zur Macht. De komende Übermensch zou alles vernietigen dat voos en vals is, namelijk de bestaande waarden en zinduidingen, opdat er een nieuwe leefwijze mogelijk wordt van absolute vrijheid.
In de twintigste eeuw werd het nihilisme vooral getekend als een levenshouding, die alle normen en waarden loochent en afschaft, wat kan leiden tot bandeloosheid en zelfs onmenselijkheid. Dit nihilisme openbaarde zich volgens Hermann Rausscher in het Duitse nationaal- socialisme (Die Revolution des Nihilismus, 1938).
Auteur
H.G. Leih [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Hermann Rauschning, Masken und Metamorphosen des Nihilismus. Der Nihilismus des XX. Jahrhunderts (Wenen 1954)
J. Goudsblom, Nihilisme en cultuur (Amsterdam 1960)