Leer van het zijn, te onderscheiden van de leer van de zijnden (ontologie).
De naam komt van Aristoteles’ metafysica, die in de werken van Aristoteles letterlijk na de fysica (meta ta fysika) kwamen. In de metafysica gaat het om de vraag, wat achter de fysische verschijnselen ligt: het zijn, het goede, het ware, het schone? In de westerse wijsgerige traditie wordt de achterliggende hoogste werkelijkheid veelal geïdentificeerd met God, waarbij de uitspraak uit Exodus 3:14 ‘Ik ben die Ik ben’, geïnterpreteerd als ‘Ik ben het hoogste zijn’ een grote rol speelde. In de twintigste eeuw ontstonden tegenbewegingen vanuit de theologie, die vanuit een meer historische en narratieve lezing van de bijbel de metafysische benadering van God als ontoereikend afwezen, en vanuit de filosofie, waar het vanuit verschillende achtergronden tot een metafysicakritiek kwam. Zo betoogde M. Heidegger dat de metafysica zich in feite richtte op het hoogste zijnde, niet op het zijn, en wezen analytische filosofen de metafysica als speculatief en oncontroleerbaar van de hand.
Auteur
Marcel Sarot [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Herman Berger, Metafysica (Budel 2003)