Leer die stelt dat de materie de enige ware werkelijkheid is; bewustzijn en geest, godsdienst en ethiek zijn slechts hogere vormen die uit het lagere zijn gegroeid. Alle denken en theorie, elke religie en moraal, zijn resultaat van materiële processen.
Materialisme is als ideologie altijd principieel atheïstisch (zie: atheïsme). Al in het oude Griekenland werd de ideeënleer van Plato bestreden door enkele denkers met materialistisch aandoende argumenten. Vooral de opbloei van de moderne natuurwetenschap, sinds de zeventiende eeuw, leidde tot de mechanistische natuurverklaring. Mensen als Holbach en De la Mettrie ontkenden de zelfstandigheid van geestelijke processen. De mens heette een machine, ziel en goddelijke geest werden ontkend. Kenmerkend voor determinisme.
In de eerste helft van de negentiende eeuw groeide het materialisme vooral in Duitsland, absoluter nog, daarmee intolerant en soms ook vulgair. Denken is slechts een functie van de hersenmassa. Büchner herleidde het uit Kraft und Stoff (1855), en in Die Welträtsel (1899) schreef Ernst Haeckel dat het inzicht in de wonderen der natuur de dood zou betekenen van de verouderde ideeën over ‘God, vrijheid en onsterfelijkheid’. Sociaal en politiek kreeg het materialisme vorm en inhoud bij Karl Marx en Friedrich Engels in het historisch materialisme en als revolutionaire activiteit in het communistische dialectisch materialisme (zie ook: communisme).
Auteur
H.G. Leih [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
F.A. Lange, Geschichte des Materialismus und Kritik seiner Bedeutung in der Gegenwart (Iserlohn 1876)