Engels filosoof (Wrington 29.8.1632 - Oates 28.10.1704)
Zijn omvangrijkste werk is An Essay concerning Human Understanding (1690). Daarin betoogde hij ten eerste dat de menselijke kennis zeer beperkt is qua omvang; en ten tweede dat waar kennis ons ontbreekt, we genoegen zullen moeten nemen met belief (geloof), waarbij geloof de aanduiding is van een mentale houding ten opzichte van een ‘propositie’ die niet maximaal zeker is. Maar niet elk willekeurig geloof is goed. Goed is ‘redelijk geloof’, want reason is the candle of the Lord.
Volgens Locke kunnen we kennis hebben van het bestaan van God en van wiskundige en morele waarheden. Op andere vlakken, zoals de chemie, is kennis onmogelijk en zullen we het moeten doen met geloof. In zijn boek The Reasonableness of Christianity (1695) betoogt Locke dat het christelijke geloof redelijk is. In zijn argumentatie spelen de wonderen van Jezus een cruciale rol. In zijn zeer invloedrijke Second Treatise of Government (1694) en de drie Letters of Toleration (1689, 1690, 1692) ontwikkelde Locke een liberale staatstheorie.
Auteur
René van Woudenberg [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Vere Chappell (ed.), The Cambridge Companion to Locke (Cambridge 1994)
Nicholas Wolterstorff, John Locke and the Ethics of Belief (Cambridge 1996)