Groep denkers die de ideeën van Georg Hegel uitwerkten.
Tot de links- of jonghegelianen worden gerekend Arnold Ruge (1802-1880), Ludwig Feuerbach, Max Stirner (1806-1856), David Strauss, Bruno Bauer, allen leerlingen van Hegel. In ruimere zin worden ook onder anderen de jonge Richard Wagner en de vroege Marx en Engels ertoe gerekend. De betekenis van het linkshegelianisme was eerder kritisch dan constructief: bleef het in positieve zin veelal bij beginselverklaringen, door de systeembouw in diskrediet te brengen en een heroriëntatie af te dwingen op maatschappijkritiek en politiek engagement, oefent het nog altijd invloed uit.
Kenmerkend voor dit denken is het op de spits drijven van tegenstellingen: veranderen tegenover begrijpen, geschiedenis tegenover systeem, vrijheid tegenover wat men ziet als systeemdwang, openheid voor de toekomst tegenover Hegels programma van verzoening met het heden (hegelianisme), kritiek tegenover rechtvaardiging, strijd tegenover verzoening. De overtuiging die uit de slotstelling van Thesen über Feuerbach (1845) van Marx spreekt, typeert heel dit gezelschap: ‘De filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt eropaan haar te veranderen’. Met weloverwogen eenzijdigheid zochten de linkshegelianen aansluiting bij progressieve elementen in Hegels denken: het thema van de strijd om erkenning, het thema van geschiedenis als vooruitgang en de atheïstisch geïnterpreteerde leer van de opheffing van de godsdienst. Steen des aanstoots vormde het motto uit de Grundlinien der Philosophie des Rechts van Hegel: ‘wat redelijk is, dat is werkelijk; en wat werkelijk is, dat is redelijk’, uitgelegd als rechtvaardiging van de bestaande samenleving en voorbeeld van burgerlijke ideologie.
De huidige invloed van het linkshegelianisme doet zich gevoelen in de populariteit van systeem-kritiek, in de kritiek op de metafysica, de verdediging van een wijsgerig atheïsme, en in de populariteit van het thema van de ‘strijd om erkenning’, waarbij veelal het werk van de Frans-Russische filosoof Alexandre Kojève (1902-1968) als tussenschakel dient.
Auteur
S. Griffioen [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]