Invloedrijk Duits filosoof (Königsberg 22.4.1724 - Königsberg 12.2.1804), die algemeen wordt beschouwd als het hoogtepunt en tevens keerpunt van de Verlichting.
In zijn bekendste werk, de Kritik der reinen Vernunft (1781), voltrekt Kant wat hij noemt ‘een copernicaanse wending in het denken’. Dat houdt in, dat we er in de filosofie niet langer van uit moeten gaan dat ons denken zich richt naar de objecten die zich op een of andere manier in het denken weerspiegelen, maar dat de objecten zich op een of andere manier richten naar de structuren van ons denken. Het Ding an sich, de dingen zoals ze onafhankelijk van ons denken bestaan, is voor ons onkenbaar. Kant was een scherp criticus van de natuurlijke theologie en ontwikkelde een ethiek die geheel gebaseerd is op de notie van ‘plicht’ (die daarom ook een deontologische of plicht-ethiek genoemd wordt). Welke plichten iemand heeft, kan hij achterhalen met behulp van de ‘categorische imperatief ’ die luidt: ‘Handel altijd zo dat je kunt willen dat de regel [maxime] die jij volgt in je handelingen, verheven wordt tot een algemene wet.’ Daarom is Kants ethiek een universalistische ethiek. Van zijn werk is ook veel in het Nederlands uitgegeven.
Auteur
René van Woudenberg [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Paul Guyer (ed.), The Cambridge Companion to Kant (Cambridge 1992)
James van Cleve, Problems from Kant (Oxford 1999)