Minimale, ongearticuleerde geloofsovertuiging.
In tegenstelling tot theïsten en atheïsten (zie ook: theïsme en atheïsme), geloven de ietsisten dat er buiten de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid ‘iets’ is of moet zijn, een niet nader gedefinieerde ‘hogere macht’. Het ietsisme dient te worden onderscheiden van het agnosticisme, dat zich op dit terrein nadrukkelijk van uitspraken onthoudt. De term is gemunt door de moleculair bioloog Ronald Plasterk, zelf atheïst, in een column in het tijdschrift Intermediair (20 november 1997): ‘Zodra je aan de orthodoxie gaat rammelen, glij je met een niet te stoppen vaart de kerk uit, en kom je onvermijdelijk terecht in het atheïsme of het ‘ietsisme’.’ Uit onderzoek van de Vrije Universiteit (2004) bleek dat 38 procent van de Nederlandse bevolking uit ietsisten bestaat.
Auteur
J. van Noppen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G.J.D. Dingemans, Ietsisme. Een basis voor christelijke spiritualiteit? (Kampen 2005)