Religieus-filosofische stroming die bloeide in de hellenistische cultuur van Egypte in de tweede en derde eeuw.
De naam verwijst naar Hermes Trismegistus (de ‘driewerf grote Hermes’), een Grieks/Egyptische godheid die later werd gezien als een grote wijze aan wie de zogenaamde hermetische geschriften werden toegeschreven, met name het Corpus Hermeticum en de Asclepius. De hermetische literatuur verkondigt een holistisch wereldbeeld waarin het gaat om ware kennis (gnosis) van God, de schepping en de mens. In de vijftiende eeuw werd het Corpus Hermeticum herontdekt en van het Grieks in het Latijn vertaald door de grote Renaissancefilosoof Marsilio Ficino (1433-1499). Ficino en zijn tijdgenoten geloofden dat de hermetische geschriften vele eeuwen vóór Christus waren geschreven. Aanknopend bij kerkvaders als Lactantius (vierde eeuw) en een reeks middeleeuwse theologen, meende men dat ze goddelijk geïnspireerd waren en verwezen naar fundamentele christelijke dogma’s als de schepping uit het niets en de drieeenheid.
Op basis hiervan ontwikkelde zich een christelijk-hermetische filosofie die grote invloed heeft uitgeoefend tijdens de Renaissance. Nadat was aangetoond dat de hermetica niet zo oud waren als men had aangenomen, verloren ze sinds de zeventiende eeuw geleidelijk hun religieuze gezag, maar het hermetisch gedachtegoed is tot ver in de achttiende en negentiende eeuw een belangrijke rol blijven spelen.
Auteur
Wouter J. Hanegraaff [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Garth Fowden, The Egyptian Hermes. A Historical Approach to the Late Pagan Mind (Princeton 1986)
Antoine Faivre, The Eternal Hermes. From Greek God to Alchemical Magus (Grand Rapids 1995)
Roelof van den Broek & Cis van Heertum (red.), From Poimandres to Jacob Böhme. Gnosis, Hermetism and the Christian Tradition (Amsterdam 2000)