Duitse filosoof (Riga 20.2.1882 - Göttingen 9.10.1950)
Zijn hoofdwerk is een driedelige zijnsleer, maar daarnaast staan grote werken op zijn naam over onder andere ethiek, esthetiek, natuurfilosofie, kennistheorie, Plato en het Duitse idealisme. Zijn denken is verwant met de fenomenologie, maar heeft een eigen kleur. Met Edmund Husserl (1859-1938) wil hij terug zu den Sachen selbst. Dat betekent een afkeer van het kantianisme, met zijn reductie van de (kenbare) wereld tot het kennende subject (zie Kant). Het gaat Hartmann om de wereld an sich, die wel degelijk gekend kan worden. Het hegeliaanse idealisme en het marxistische materialisme reduceren de wereld tot respectievelijk de geest en de materie, de existentialisme is te antropocentrisch gericht en met empirisme beperkt kennis tot zintuiglijke waarneming.
Hartmann stelt daartegenover dat de wereld bestaat uit vier zijnslagen (Seinsschichten): de anorganische, de organische, de psychische en de culturele laag. Hartmann neemt een kosmisch perspectief in dat het zijn als geheel beschouwt, waarvan de mens maar een klein onderdeel is.
Auteur
A.A.M. Kinneging [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
M. Morgenstern, Nicolai Hartmann zur Einführung (Hamburg 1997)