Rooms-katholiek theoloog/filosoof, van Italiaanse origine, sedert 1911 Duits staatsburger (Verona 17.2.1885 - München 1.10.1968)
Guardini was professor voor godsdienstfilosofie en katholieke werelbeschouwing van 1923-1939 in Berlijn, van 1945-1948 in Tübingen en van 1948-1963 in München. Guardini schreef een groot aantal werken die alle een praktische, opvoedende inslag hebben: steeds gaat het om de vraag hoe als mens te leven. Methodologisch is hij verwant met de fenomenologie, die door het aandachtig en onvooringenomen beschouwen der fenomenen het wezen der dingen tracht te begrijpen.
In al zijn geschriften tracht Guardini het christelijk geloof te verbinden met een dergelijke onbevangen waarneming van de wereld. Hij meent dat de waarheid van het christendom zich pas openbaart in de begrijpende aandacht voor de wereld, en dat omgekeerd de aard van de fenomenen in de wereld zich pas volledig laat kennen vanuit een christelijke wereldbeschouwing. Christendom is voor Guardini vooral iets praktisch: de navolging van Christus. Alleen het geloof in de verzoening door Christus’ kruisdood is onvoldoende.
Gezien deze uitgangspunten is het begrijpelijk dat in Guardini’s werk de nadruk ligt op de ethiek (Tugenden, 1963) en de antropologie (Welt und Person, 1939) enerzijds en op de doordenking van de persoon Jezus van Nazareth anderzijds. Geen van beide thema’s is overigens nauw te omlijnen. Zo lopen ethiek en antropologie over in onder andere sociale en politieke filosofie, wanneer Guardini schrijft over het einde van de moderne tijd (Das Ende der Neuzeit, 1950) of de macht (Die Macht, 1951). De analyse van Jezus (Der Herr, 1937) loopt over in beschouwingen over de kerk (Vom Sinn der Kirche, 1922), de liturgie (Vom Geist der Liturgie, 1918) en exemplarische figuren (Der Tod des Socrates, 1943).
Auteur
A.A.M. Kinneging [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Gerl, H.B., Romano Guardini (Mainz 1985 2e druk).