Frans historicus en filosoof (Poitiers 15.10.1926 - Parijs 25.6.1983)
Kreeg in 1966 internationale bekendheid met zijn studie Les mots et les choses, waarin hij liet zien hoe de relatie tussen taal en werkelijkheid tussen verschillende tijdperken schoksgewijs verandert. Foucault werd beschouwd als een belangrijke vertegenwoordiger van het structuralisme en betoogde in zijn inaugurale rede als hoogleraar aan het Collège de France L’ordre du discours (1971) dat de menselijke individualiteit gevormd wordt door het machtsnetwerk waarin deze zich bevindt. In zijn onvoltooide cyclus Histoire de la sexualité (1976-1984) kende hij het subject echter het vermogen toe het eigen leven gestalte te geven. Daarbij liet hij zich onder meer inspireren door de biechtpraktijken van de vroege christelijke monniken.
Auteur
G. Groot [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
R. Visker, Genealogie als kritiek. Foucault en de menswetenschappen (Meppel 1990)
H. Zwart, Technocratie en onbehagen. De plaats van de ethiek in het werk van Michel Foucault (Nijmegen 1995)