Filosoof, grondlegger van het atheisme (Landshut 28.7 1804 - Reckenburg 13.9.1872)
Ludwig Feuerbach studeerde wijsbegeerte bij Hegel, tegen wiens denken hij zich echter sterk verzette. Niet het denken is werkelijk, maar de zintuiglijke ervaring. De mens is een stoffelijk wezen: Der Mensch ist was er isst, de mens is wat hij eet, is de bondigste samenvatting die Feuerbach gaf van zijn materialistische mensbeschouwing. Zijn ziel is verbonden met zijn lichaam en gaat daarmee teloor. Anders dan het christendom leert, is de ziel geen geestelijke substantie die op zichzelf staat en voortleeft. Hiermee nauw verbonden is zijn opvatting over theologie. Zomin er een op zichzelf staande ziel bestaat, zomin bestaat er een God achter de stoffelijke werkelijkheid.
Toch is het denken over God niet zinloos. Theologie is eigenlijk antropologie: het denken over God is eigenlijk denken over de mens. God is een projectie: de mens wil goed en onsterfelijk zijn, zichzelf overstijgen. Door te zoeken naar een andere werkelijkheid, ontdekt de mens zijn medemens: het zoeken naar God verandert in een vinden van de mens. De wereld in zichzelf, dat het idealistisch denken kenmerkt, verandert zo in een wereld voor ons, dat het materialistische, natuurlijke denken kenmerkt. Het ware denken ontstaat tussen twee mensen. Waarheid kan niet gedacht worden, maar vindt plaats in de ontmoeting. De liefde tussen twee mensen is het hoogste en vindt zijn bekroning in de seksuele gemeenschap tussen man en vrouw.
De invloed van het atheïsme van Feuerbach is ongemeen groot geweest. Allereerst op andere vertegenwoordigers van het Links-hegelianisme, zoals Marx. Die bekritiseerde Feuerbachs denken weliswaar als statisch en idealistisch, maar maakte het atheïsme tot uitgangspunt van zijn denken. Fuerbach was voorts een pionier in het denken over de relatie tussen mens en medemens, een thema dat terugkeerde bij vertegenwoordigers van de existentiefilosofie in de twintigste eeuw.
Auteur
Wim Berkelaar [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A.L. Constandse, Ludwig Feuerbach en zijn wijsbegeerte van het atheïsme (Rotterdam 1925)
W. Bolin en F. Jodl, Feuerbach. Gesammelte Werke (1959-1964)
J.T. Bakker, H.J. Heering en G.Th. Rothuizen, Ludwig Feuerbach. Profeet van het atheïsme (Kampen 1972)