Van het Latijnse emanare: uitvloeien of uitstromen.
Emanatie is de leer die inhoudt dat al het bestaande voortvloeit uit een oorspronkelijke Eenheid. In tegenstelling tot de leer van de schepping gebeurt dit niet door een wilsbesluit van God maar als het ware spontaan, als een natuurlijk proces dat inherent is aan de aard van het Zijn.
Passages die zouden kunnen worden uitgelegd als emanatie zijn bijvoorbeeld te vinden in de Indische Veda’s en Upanishaden, de presocratische Griekse filosofen, en in het deuterocanonieke boek Wijsheid van Salomo, waar de wijsheid wordt beschreven als een ‘ademtocht van Gods kracht’ (7:25). Een echt duidelijke emanatieleer ontstaat echter pas later, in de gnostiek (bijvoorbeeld Valentinus) en het neoplatonisme. Door de grote invloed van het neoplatonisme op de christelijke theologie heeft de emanatieleer een wijde verbreiding gevonden, maar er is altijd een spanning blijven bestaan met de bijbelse leer van de schepping uit het niets.
Auteur
Wouter J. Hanegraaff [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]