Frans filosoof en wiskundige (La Haye en Touraine 31 maart 1596 - Stockholm 11 februari 1650)
Descartes, die ook wel met zijn verlatiniseerde achternaam Cartesius wordt aangeduid, kwam in 1618, op 22-jarige leeftijd, naar Nederland. De jongeman was de zoon van een Bretonse advocaat en magistraat die hem, acht jaar oud, naar een jezuïetenschool in La Flèche had gestuurd. Tien jaar later, in 1614, verliet Descartes voor verdere scholing het platteland, maar zowel over zijn studieverloop als levensgang tasten we in het duister. Hij zou in Parijs hebben gestudeerd; hij zou zenuwziek zijn geworden en zich in een dorpje buiten de Franse hoofdstad hebben teruggetrokken; hij zou rechten en medicijnen in Poitiers hebben gestudeerd.
Met zijn komst naar Nederland, in 1618, wordt de levensloop van Descartes weer duidelijker: hij werd soldaat in het leger van prins Maurits dat bij Breda lag. Daar raakte hij bevriend met filosoof en wiskundige Isaac Beeckman die Descartes’ belangstelling voor mathematische en mechanische vraagstukken stimuleerde. In 1619 trad Descartes in Franse krijgsdienst. Na een jaar nam hij ontslag en begon aan een reis door Europa. Die zou acht jaar duren, een periode waarin zijn ideeën over een nieuwe filosofie, in plaats van de aristoteliaanse wijsbegeerte, vaste vorm kreeg.
In 1628 keerde Descartes terug in Nederland. Hij schreef zich in aan de Leidse universiteit en gaf colleges filosofie in Utrecht. In 1637 publiceerde hij Discours de la méthode, zijn eerste schriftelijke proeve van wat een wetenschappelijke en filosofische ommekeer zou worden. Met zijn betoog dat de menselijke rede de bron van alle kennis was, en niet God of de bijbel, legde hij het fundament voor het rationalisme dat snel terrein zou winnen.
Reactie uit orthodoxe hoek bleef niet uit: Descartes kreeg het aan de stok met Voetius, hoogleraar in Utrecht. Descartes’ motto luidde: ‘Ik denk, dus ik ben’. Voetius zei: ‘Ik geloof opdat ik begrijp’. Kennis was geen doel op zichzelf, meende Voetius, maar moest tot godsvrucht leiden. Daarmee stond hij lijnrecht tegenover Descartes die de rede boven het geloof stelde. Dit dispuut zou later in de zeventiende eeuw buiten academische bedding treden. Coccejanen, aanhangers van de door Descartes beïnvloede Leidse theoloog Coccejus, kwamen tegenover voetianen te staan.
Descartes heeft deze controverse niet meer beleefd. Op uitnodiging van de koningin van Zweden vertrok hij in 1649 naar Stockholm, opgelucht zijn orthodox-calvinistische tegenstrevers de rug te kunnen toekeren. Maar Descartes bleek niet bestand tegen de Zweedse winterkou en de spartaanse dagindeling van de vorstin die Descartes om vijf uur ’s ochtends van zijn bed liet lichten om haar te onderrichten. In februari 1650 stierf hij aan een longontsteking.
In 1666 werd Descartes met veel eerbetoon herbegraven in Parijs. Zijn schedel ontbrak. Die dook medio negentiende eeuw in Zweden op en bevindt zich heden ten dage in het Parijse Museé de l’Homme, maar niet iedereen is ervan overtuigd dat de schedel werkelijk van Descartes is. Ook wordt betwijfeld of de persoon die Frans Hals in 1649 op canvas vastlegde (zie afbeelding) de beroemde filosoof is.
Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
31 januari 2009
Verder lezen
Geneviève Rodis-Lewis. Descartes. Biografie (Kapellen 2003)
Russell Shorto, De botten van Descartes. Een beknopte geschiedenis van het conflict tussen geloof en rede (Amsterdam 2008)
Informatie op internet
Filosofie Magazine