Frans schrijver en filosoof (Mondovi [Algerije] 7.11.1913 - La Chapelle-Champigny 4.1.1960)
Camus groeide op in een arm, vaderloos gezin in Frans Algerije. Hij onderging invloed van zijn filosofieleraar Jean Grenier, die hem in de wijsbegeerte onderwees en hem attendeerde op de literatuur en het toneel. Camus debuteerde met de verhalenbundels Keer en tegenkeer (1937) en Bruiloft (1938), waarin de mens in al zijn ambivalentie wordt getekend: zwevend tussen hoop en wanhoop, maar tegelijk vervuld van het Noord-Afrikaanse landschap. In hetzelfde jaar verscheen zijn wijsgerig essay De mythe van Sisyfus. Daarin ontvouwde hij een filosofie van het absurde. In deze godverlaten wereld is er voor de filosofie maar één werkelijk probleem: dat van de zelfmoord. Waartoe zou de mens leven als er geen reden te bedenken valt? Hij dient desondanks te leven als een moderne Sisyfus, de mythische gestalte die een rotsblok naar boven bleef rollen, ook al rolde dat telkens weer naar beneden. Camus vertrok naar Frankrijk en nam tijdens de Tweede Wereldoorlog actief deel aan het verzet tegen de Duitse bezetter. In 1942 verscheen de roman De Vreemdeling, waarin Camus de absurditeit verbeelding geeft.
Camus wordt na 1945 in één adem genoemd met Jean-Paul Sartre, die een filosofie van het existentialisme ontwierp. De verschillen tussen de stadse rationalist Sartre en de romantische natuurliefhebber Camus zijn echter aanzienlijk. In 1952 kwam het tot een breuk tussen de twee, omdat Camus het communisme verwierp dat Sartre omhelsde. Gemeenschappelijk is echter hun atheïsme. Camus legde in zijn naoorlogse werk (onder meer in De pest, 1947) nadruk op de menselijke solidariteit en wees God als bondgenoot of als redder af. De mens dient de dood met open ogen te aanschouwen, zonder hoop op een hiernamaals.
Camus’ humanistisch en atheïstisch oeuvre heeft grote invloed uitgeoefend op de theologie in de tweede helft van de twintigste eeuw, aangezien hij de vraag naar God nadrukkelijk opwierp. Niet alleen de Nouvelle Théologie wist zich door hem uitgedaagd, ook andere theologen verstonden zich met zijn werk, onder wie Harvey Cox, Hans Achterhuis, F.O. van Gennep en Joseph Ratzinger.
Auteur
Wim Berkelaar [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
F.O. van Gennep, Albert Camus. Een studie van zijn ethische denken (Amsterdam 1962)
Hans Achterhuis. Camus. De moed om mens te zijn (Utrecht 1969)
Olivier Todd, Albert Camus. Een leven (Amsterdam 1999)