Marxistisch filosoof (Ludwigshafen 8.7.1885 - Tübingen 4.8.1977)
Ontwikkelde een utopische filosofie waarin een grote plaats was weggelegd voor zowel christendom als atheïsme. Het ware christendom zou atheïstisch zijn en de bijbel een bevrijdingsboek waarin steeds weer ketters werden beschreven in opstand tegen de gevestigde orde.
Het lijdensverhaal van Jezus wordt door Bloch symbolisch uitgelegd: Jezus, de ‘mensenzoon’, wordt bij hem een utopist die een ander rijk leert. Bloch keert zich tegen Paulus, die de theocratische Christus leerde, en tegen de christelijke kerk die godsdienst als opium voor het volk bedoelde, om het volk zoet te houden.
Volgens Bloch begreep Marx het beter: godsdienst is opium van het volk; het was uitdrukking van ellende én protest hiertegen. De atheïst zou hiervan kunnen leren: die zou niet moeten volstaan met godloochening, maar zich het utopische bijbelse denken eigen maken. Alleen zo zou ‘het principe van de hoop’ kracht hebben. Zijn belangrijkste werken zijn te vinden in Gesamtausgabe, 16 dln. (Frankfurt am Main 1959 e.v.j.).
Auteur
Wim Berkelaar [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
M. Plattel, De rode en de gouden toekomst. De avontuurlijke wijsbegeerte van Ernst Bloch (Bilthoven 1975)
L. Kolakowski, ‘Ernst Bloch – marxisme als futuristische gnosis’, in: L. Kolakowski, Geschiedenis van het marxisme, dl. 3 (Utrecht/Antwerpen 1981), 460-490