Russisch wijsgeer, aanvankelijk marxist (zie marxisme) en hoogleraar filosofie in Moskou (Kiev 6.5.1874 - Clamart 23.3.1948)
Berdjajev evolueerde steeds meer in de richting van het christendom, wat hem in 1922 verbanning opleverde, waarna hij zich aanvankelijk in Berlijn en later in Parijs vestigde. Centraal in zijn denken staat de waarde van de menselijke persoon, dat hem dicht in de buurt van het personalisme bracht. De met de mens samenhangende waarden als existentie, geest en vrijheid staan voorop. Op de tweede plaats komt het lichamelijke, het gedetermineerd zijn. Berdjajev keert zich tegen iedere maatschappelijke dwang: de mens moet vrij zijn te scheppen, want hij komt zowel voort uit de ‘oergrond’ van de vrijheid als uit de scheppende daad van God. Berdjajev onderscheidt drie niveaus van ethiek: een wetmatige ethiek, een verlossende en een scheppende.
Enkele van zijn belangrijkste werken zijn Over de waardigheid des christendoms (1928) en De bestemming van den mensch in onzen tijd (1936).
Auteur
Wim Berkelaar [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H. van Gelre, N. Berdjajew (1965)