Nederlands filosoof (Gorinchem 7.4.1905 - Leiden 29.11.1979)
Beerling was aanvankelijk journalist in Delft. Hij debuteerde als autodidact met de bundel Antithesen, waarin hij zich kritisch verstond met onder meer Goethe en Heidegger. Tot aan zijn dood reflecteerde hij in talrijke artikelen en zeventien boeken kritisch over moderne wijsgeren als Hegel, Nietzsche en Wittgenstein, en over stromingen als existentiefilosofie en structuralisme. De grote verscheidenheid van zijn publicaties ten spijt, klinken er twee thema’s duidelijk in door: de dood en het humanisme. Beerling promoveerde in 1945 op het proefschrift Moderne doodsproblematiek, een thema dat zijn verdere leven zou beheersen. De humanist Beerling was een uitgesproken atheïst, die evenwel in gesprek wilde blijven met gelovigen. In zijn laatste boek Niet te geloven. Wijsgerig schaatsen op godgeleerd ijs (1979) formuleerde hij zijn bezwaren tegen het christelijke geloof, maar ging hij tevens in debat met theologen en godsdienstfilosofen.
Auteur
Wim Berkelaar [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
B. Delfgaauw, ‘Het werk van R.F. Beerling’, in: Algemeen Nederlands Tijdschrift voor wijsbegeerte (1980) 213-227