Duits theoloog (Eisenberg 6.9.1809 - Berlijn 13.4.1882)
Begon zijn loopbaan als orthodox godgeleerde, maar ontwikkelde zich na zijn breuk met het geloof allengs tot een bestrijder van het christendom. In het spoor van Hegel en vooral Fichte interpreteerde Bauer de werkelijkheid als iets dat overwonnen moest worden. Het gevolg was een permanente kritiek, die bij hem vooral godsdienstkritiek was. Bauer trachtte aan te tonen dat de evangeliën geen historische basis bezaten, maar moesten worden beschouwd als projectie. Het christendom leverde wel een bijdrage aan de geest door de waarde van ieder individu te beklemtonen. Tegelijkertijd werd dat individu zijn vrijheid weer ontnomen door onderschikking aan God. Bauer wilde deze overgave aan mythologische krachten doorbreken en de vervreemding van de mens opheffen.
Ofschoon behorend tot de kring van Marx, was Bauer nimmer communist. Zijn optreden en werk werd in negentiende-eeuws Duitsland fel bestreden, maar oefende aan het begin van de twintigste eeuw in Nederland invloed uit op de zogenaamde Radicale School in de theologie.
Auteur
Wim Berkelaar [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W. Luijpen, Fenomenologie en atheïsme (Utrecht/Antwerpen 1970)
L. Kolakowski, Geschiedenis van het marxisme, 1 (Utrecht/Antwerpen 1979)
Zie ook
Bruno Bauer