Grieks wijsgeer (Stagira 384 v Chr. - Chalkis 322 v. Chr.)
Aristoteles was afkomstig uit Noord-Griekenland, niet ver van de tegenwoordige monnikenrepubliek Athos. Zijn vader was arts aan het hof van de Macedonische koning Amyntas. Na de dood van zijn vader ging Aristoteles in 367 naar Athene en bracht daar twintig jaar door als leerling en medewerker van Plato in de Academie. Toen Plato stierf (347 v. Chr.) was de spanning tussen Athene en het koninkrijk Macedonië zo hoog opgelopen, dat Aristoteles het raadzaam achtte weg te gaan. Hij verbleef in Klein-Azië en in Miëza (bij Naoussa, Noord-Griekenland), als docent van prins Alexander de Grote. In 336 v. Chr. keerde hij terug naar Athene, dat intussen de hegemonie van Alexander van Macedonië had aanvaard. Daar stichtte hij de Peripatos (‘wandelgang’ in het Atheens lyceum), op een locatie die recent bij de aanleg van de Atheense metro is teruggevonden.
Aristoteles had in de oudheid de reputatie van geleerde, van verzamelaar van boeken en wetenschappelijke informatie, en gold als degene die de wetenschap van de logica heeft ontwikkeld en geformuleerd. Van de dialogen die hij zelf tijdens zijn leven voor publicatie heeft vrijgegeven, is geen enkele bewaard; we kennen ze gedeeltelijk uit fragmenten. Maar 250 jaar na zijn dood is een grote collectie privé-materiaal, onder andere gebruikt voor zijn colleges, teruggevonden en in omloop gekomen. Daarvan zijn de Categorieën,
de Fysica, Over de ziel, Over de voortplanting, de Metafysica en de Nicomachische ethiek de bekendste. In die collectie zit ook een geschriftje Over de kosmos, dat pretendeert een beknopte samenvatting van Aristoteles’ filosofie te zijn, opgedragen aan Alexander van Macedonië, maar dat tegenwoordig vaak wordt beschouwd als niet van zijn hand.
‘Een mens verwekt een mens’, poneert Aristoteles herhaaldelijk. Daarmee wees hij Plato’s theorie van de onsterfelijkheid, de reïncarnatie en de transmigratie van de ziel af. De ziel van een mens kan niet de ziel van een wolf of een aap worden. De ziel als levensprincipe wordt overgedragen via sperma. Na de bevruchting ‘ontwikkelt’ het nieuwe leven zich zonder bemoeienis van de verwekker in een natuurlijk proces dat in vaste stadia verloopt, onder leiding van de (onstoffelijke) ziel als vormprincipe of entelechie. Die ziel als vormprincipe is in een graankorrel nog ‘slapend’ aanwezig. In een menselijk embryo is aanvankelijk alleen het vegetatieve zielendeel ‘gewekt’ en actief, terwijl het sensitieve zielendeel en het rationele zielendeel nog ‘in potentie’ aanwezig zijn en pas later ‘in werking’ komen. In het vruchtbeginsel is de ziel onlosmakelijk verbonden met een ‘instrumenteel zielenlichaam’ (bij mensen en hogere dieren is dat het pneuma), dat het uitwendige, zichtbare lichaam met al zijn verschillende bestanddelen produceert uit het voedsel dat het aantrekt en omzet in het spijsverteringsproces. Het menselijke intellect is volgens Aristoteles wel een potentie van de ziel, maar maakt zich, als het ‘gewekt’ wordt, los van alle stoffelijke werkelijkheid.
Aristoteles’ theologie is net als zijn psychologie bepaald door zijn discussie met Plato (over de Timaeus). God is volgens Aristoteles niet ‘de maker’ van de kosmos, maar de besturende en controlerende instantie, die door middel van zijn kracht de orde in de kosmos garandeert. God is bij Aristoteles een metakosmisch intellect, dat zijn inwerking laat gelden via de uit ether (het vijfde element) bestaande hemelsferen. De Griekse filosofie heeft grote invloed uitgeoefend op het denken van christelijke auteurs. Voor de middeleeuwer Thomas van Aquino was Aristoteles de filosoof bij uitstek. Een fundamentele kritiek vanuit bijbels gezichtpunt op de filosofische positie van Aristoteles is pas geleverd in de twintigste eeuw door H. Dooyeweerd.
Auteur
René van Woudenberg [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Aristoteles, Volledige werken (Groningen.1999)
Bos, A.P., The Soul and its Instrumental Body. A Reinterpretation of Aristotle’s Philosophy of Living Nature (Leiden 2003)