Opvattingen die de mens als middelpunt stellen. Deze opvattingen zijn tamelijk gevarieerd.
Bijvoorbeeld kan de Renaissance antropocentrisch genoemd worden tegenover de meer theocentrische Middeleeuwen. Een aanzienlijke rol speelde de zogenaamde copernicaanse revolutie, waarin het geocentrische wereldbeeld wegviel. Deze ontwikkeling zette zich in de volgende eeuwen verder door. Vanaf ongeveer 1800 ging ook de theologie niet meer uit van de grote wereldbeschrijvende (metafysische) systemen, maar van de mens en zijn godsdienst (onder andere Schleiermacher). De dialectische theologie (in het bijzonder Karl Barth) oordeelde negatief over deze ontwikkeling: de theologie zou hiermee haar eigenlijke thema, God, hebben verspeeld.
De term antropocentrisme fungeert ook in de milieudiscussie. Hier gaat het om de eenzijdige nadruk op de dominantie van de mens, tegenover het ecocentrisme, dat recht wil doen aan de zelfstandige waarde van de natuur in al haar levensvormen.
Auteur
H.W.de Knijff [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]