Afgeleid van het Griekse agnoostos, dat onkenbaar betekent.
De term werd in 1869 ingevoerd door Th.H. Huxley. Waar het scepticisme de mogelijkheid van alle ware kennis in twijfel trekt, beperkt het agnosticisme zich tot de constatering dat theoretische kennis over een boven de ervaring uitgaande werkelijkheid voor de mens niet mogelijk is, zonder zich verder over die ervaring zelf uit te spreken. Met de opkomst van secularisatie en ontkerkelijking is het aantal agnosten in de westerse wereld in het laatste kwart van de twintigste eeuw sterk gegroeid. Onder aanhangers van het atheïsme valt niet zelden het verwijt van slapte en morele lafheid te beluisteren: agnosten zouden de keuze tussen godsgeloof en ongeloof ontlopen door zich op niet-weten te beroepen.
Auteur
Wim Berkelaar [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
R.A. Armstrong, Agnosticism and Theism in the 19th Century (1905)
H. Visser, Leven zonder God. Elf interviews over ongeloof (Amsterdam 2003)