Vooruitgangsgeloof baseert zich op het vertrouwen dat bij diep ingrijpende maatschappelijke problemen de economische groei, de techniek en de wetenschap ons redden kunnen; het vertrouwen in zowel de menselijke kracht tot onbeperkte technische en economische ontwikkeling.
Het klassieke vooruitgangsgeloof ontstond in de tijd van de Verlichting, en sloot zelfs de verwachting in van de uiteindelijke, via fasen verlopende vervolmaking van mens (le perfectionnement de l’homme). Tegen het eind van de negentiende eeuw werd het vooruitgangsgeloof meer op het heden betrokken, met verwijzing naar de directe resultaten van wetenschap, techniek en materiële economische groei. In beide varianten steunt het vooruitgangsgeloof op de menselijke rede als kompas, op rationele instellingen zoals het marktmechanisme binnen het kapitalisme, en op de centrale rol van het ‘plan’ in de het communistische samenlevingstype.
De opkomst van het vooruitgangsgeloof hing nauw samen met de grote vorderingen van de natuurwetenschappelijke kennis in de zeventiende en achttiende eeuw; Newton werd zelfs betiteld als ‘het licht der mensheid’. Deze vorderingen leken het recept te bevatten voor een meer doordachte ordening van de samenleving naar mechanisch model, wat doorklinkt in hedendaagse termen als marktmechanisme, democratisch mechanisme enzovoorts. De menselijke rede kon zo het voortouw nemen tot een hogere ontwikkeling van welvaart en beschaving, als door een onzichtbare hand geleid (Adam Smith). Er bestaat dan ook een nauwe relatie tussen de opkomst van het moderne kapitalisme en het klassieke vooruitgangsgeloof.
Het vooruitgangsgeloof leeft in de eenentwintigste eeuw voort in het beschouwen van armere landen als onderontwikkelde of ontwikkelingslanden (ontwikkelingssamenwerking); het vertrouwen dat bij diep ingrijpende maatschappelijke problemen de economische groei, de techniek en de wetenschap ons redden kunnen; het nastreven van een voortgaande privatisering (onder marktwerking brengen) van alle publieke diensten (gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer) als een vanzelfsprekend goede zaak die te allen tijde het algemeen welzijn dient.
Auteur
Bob Goudzwaard [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Fred. L. Polak, De toekomst is verleden tijd (Zeist 1958)
Bob Goudzwaard, Kapitalisme en vooruitgang (Assen 1982)
Christopher Lasch, The true and only Heaven, Progress and its Critics (New York 1991)