Sociaal-maatschappelijke organisatie waarbij de overheid de burgers direct of indirect bestaanszekerheid garandeert.
Er zijn drie types. Het liberale of Angelsaksische laat zoveel mogelijk over aan het particulier initiatief en heeft een minimumstelsel. Het sociaal-democratische of Scandinavische kent veel overheidssturing en veel aanvullend beleid. Het corporatieve (als in België, Duitsland en Frankrijk) geeft een grote taak aan sociale organisaties zoals vakbonden en bedrijfsverenigingen. Nederland kent een mengvorm van het corporatistische en sociaal-democratische model.
De eerste aanzetten voor de Nederlandse verzorgingsstaat dateren uit de laatste decennia van de negentiende eeuw, mede door het functieverlies van kerk en filantropische instellingen. In de eerste helft van de twintigste eeuw volgde veel arbeidswetgeving. Een alomvattend sociaal stelsel dateert van na de Tweede Wereldoorlog, met wetten als de Algemene Ouderdomswet (1957), de Algemene Bijstandwet (1963) en Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (1967).
Voortdurende economische groei maakte de uitgaven in de sociale sector mogelijk. Katholiek en protestants Nederland hebben de opbouw van de verzorgingsstaat aarzelend aanvaard. Zij zochten meer naar een organisch opgebouwde samenleving waarin individuen, groepen en overheid eigen taken en verantwoordelijkheden hadden. Zij vreesden te veel staatsinvloed in het sociaal-economische leven. Het deed ook tekort aan de eigen verantwoordelijkheid van mensen en aan het particulier initiatief.
In het protestantse denken verwees men daarbij naar soevereiniteit in eigen kring, in het katholieke naar het subsidiariteitsbeginsel. Toch gingen de grote katholieke en protestantse politieke partijen, vaak uit pragmatische overwegingen, akkoord met de opbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat.
De dreigende onbetaalbaarheid van het sociale stelsel, mede vanwege de toenemende vergrijzing en het grote aantal niet-werkenden, brachten aan het eind van de twintigste eeuw een herbezinning op de verzorgingsstaat op gang.
Auteur
R. van der Woude [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.M. Roebroek en M. Hertogh, ‘De beschavende invloed des tijds’. Twee eeuwen verzorgingsstaat en
sociale zekerheid in Nederland (Den Haag 1988)
J.M. Wildeboer, J.C. Vrooman en P.T. Beer, De maat van de verzorgingsstaat (Den Haag 2000)