Opvatting binnen de theologie, waarbij God een functie heeft in de wisselwerking tussen organismen en hun omgeving: als schepper is hij overal present en daagt hij uit tot steeds hogere vormen van leven en samenleven.
Zijn geest is de stuwende kracht, die de nu nog onvoltooide schepping ten slotte voert tot de volmaaktheid, de sjaloom van het Koninkrijk. De ecologische theologie vormt een correctie op het gangbare theologische model, dat God en zijn schepping scherp van elkaar onderscheidt. God valt zeker niet samen met zijn schepping (pantheïsme), maar hij staat er ook niet los van (deïsme). Hij doortrekt met zijn geest alle geledingen van wat hij schiep. In feite is ecologische theologie ‘pinkstertheologie’: de geest is uitgestort op ‘al wat leeft’ (Psalm 104: 30).
Auteur
Hans Bouma [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Jürgen Moltmann, Gott in der Schöpfung. Ökologische Schöpfungslehre (Manchen 1985)