Armoede is een begrip dat in de bijbel grote aandacht krijgt, in het bijzonder in verband met de rechten van de armen en de verplichtingen van de rijken.
De sociale wetgeving in het Oude Testament is erop gericht de armen en andere weerlozen (landloze, weduwe, wees en vreemdeling) te beschermen, hun een materiële bestaansbasis te geven, hun positie te verbeteren en volwaardig deel uit te laten maken van de gemeenschap. Het gaat hier om een fundamenteel recht (gerechtigheid) en niet om liefdadigheid (caritas). Fel zijn de aanklachten van de profeten als dit recht niet nageleefd wordt.
In zijn verkondiging van het Koninkrijk van God trekt Jezus deze boodschap van bevrijding voor armen en andere lijdenden door. Hoewel dit ‘recht van de armen’ in de kerkgeschiedenis vaak ondergeschikt is gemaakt aan andere belangen, is het zo’n integraal onderdeel van wat de bijbel voorhoudt, dat het toch steeds weer naar boven komt. Vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw is dit in de theologie gethematiseerd onder de noemer van het ‘voorrangsrecht voor de armen’. Armoede heeft daarbij zowel betrekking op het niet kunnen voorzien in basisbehoeften als voedsel, huisvesting en dergelijke (absolute armoede), als op het ontbreken van de hulpmiddelen (geld, kennis, relaties enzovoorts) om volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving (relatieve armoede). Armoede en sociale uitsluiting zijn in de westerse samenleving dan ook nauw met elkaar verbonden.
In de moderne industrieel-kapitalistische samenleving werden in reactie op het armoedevraagstuk visies op een rechtvaardige samenleving ontwikkeld in het sociale denken in de Rooms-katholieke Kerk, het protestantisme en de oecumenische beweging (sociale leer). Vooral onder invloed van zending en missie groeide in de westerse kerken de inzet voor de bestrijding van armoede. Naast het verlenen van noodhulp kwam daarbij steeds meer aandacht voor de structurele vraagstukken van de ongelijke verdeling van rijkdom en armoede in de wereld en voor het scheppen van voorwaarden dat mensen zelf hun positie kunnen verbeteren. Kerken werden daarbij in toenemende mate pleitbezorgers voor de armen in politiek en samenleving. Dit alles krijgt gestalte in activiteiten van werelddiaconaat, missie, zending, ontwikkelingssamenwerking en tal van particuliere organisaties.
In Nederland zelf leek met de realisering van de verzorgingsstaat de kerkelijke betrokkenheid bij armoede grotendeels beëindigd te zijn. Hoewel er ook in de hoogtijdagen van de verzorgingsstaat altijd armoede is gebleven (vooral de zogeheten ‘vierde wereld’, mensen die al van generatie op generatie arm zijn), werd vanaf de jaren tachtig door de kerken weer uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor (nieuwe) armoede in Nederland. Deze treft vooral hen die langdurig afhankelijk zijn van een uitkering op het minimumniveau. In hun werkzaamheden ten behoeve van ‘de arme kant van Nederland’ hebben kerken een breed scala aan activiteiten ontwikkeld, zoals materiële en immateriële hulpverlening, ontwikkeling van een bondgenootschap met getroffenen met het oog op hun positieverbetering, bewustwordingsactiviteiten binnen en buiten kerken, en politieke actie. In een groot aantal westerse landen zijn kerken actief betrokken bij de bestrijding van armoede in eigen land en internationaal en treden zij in het publieke domein op als hun pleitbezorgers. Daarbij wijzen zij nadrukkelijk ook op de toenemende sociale ongelijkheid en processen van verrijking.
Auteur
Herman Noordegraaf [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W. Albeda e.a., De rijke kant van Nederland. Armoede staat zelden op zichzelf (Amsterdam 1998)
M.R. Kamminga, Onderweg naar overvloed. Naar een oecumenische visie op ontwikkeling en ontwikkelingssamenwerking (Zoetermeer 2001)
H. Noordegraaf, ‘De kerken en de arme kant van Nederland’, in: C. Bronsveld (red.), Gerard Oude
Engberink. Armoedeonderzoeker tussen wetenschap en politiek (Rotterdam 2001)
A. Harrewijn (red.), Arm & rijk in de bijbel (Utrecht 2001)
G.J. Buijs (red.), Als de olifanten vechten. Denken over ontwikkelingssamenwerking vanuit christelijk
perspectief (Amsterdam 2003)