Verbazingwekkende ingreep in de natuur en in het menselijk bestaan door God of andere bovennatuurlijke machten.
Het wonder komt in alle godsdiensten voor en fungeert voor de gelovigen als bewijs van de waarheid van hun geloof en als teken van Gods ontferming. In de bijbel staan veel wonderen beschreven. Jezus genas zieken door handoplegging en liep over het water. Een meerderheid van de christenen is ervan overtuigd dat wonderen nu nog steeds gebeuren. Voor een heiligverklaring binnen de Rooms-Katholieke Kerk zijn minstens twee onomstotelijk bewezen wonderen vereist. In de charismatische en pinksterbeweging neemt het wondergeloof een centrale plaats in. De vrijzinnigheid binnen het christendom staat sceptisch tegenover het wondergeloof. In navolging van Verlichtingsfilosofen als Hume bestrijden sceptici het wondergeloof en zoeken zij naar een natuurlijke verklaring.
Auteur
H.C. Stoffels [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A.v.d. Beek, Wonderen en wonderverhalen (Nijkerk 1991)
D. Hume, An Enquiry concerning Human Understanding (Leipzig 1913), in Nederlandse vertaling: Het menselijk inzicht (Amsterdam 2002)